Vertaling van Guillaume Apollinaire, Zone ( uit Alcools)

Tenslotte ben je de oude wereld zat

Herderin Eiffeltoren de kudde van de bruggen blaat vanmorgen

Je hebt er genoeg van te leven in de Griekse en Romeinse oudheid

Hier zien zelfs de auto’s eruit of ze antiek zijn
De godsdienst alleen is gloednieuw gebleven de godsdienst
Is eenvoudig gebleven als de hangars van het vliegveld

Jij alleen bent in Europa niet antiek christendom
De meest moderne Europeaan dat bent u paus Pius X

En jij die door de ramen in de gaten gehouden wordt de schaamte weerhoudt je
Een kerk binnen te gaan en vanmorgen te biechten
Je leest de prospectussen de catalogi de affiches die heel hard zingen
Dat is vanmorgen de poëzie en voor het proza dienen de kranten
Er zijn afleveringen van een kwartje vol detective-avonturen
Portretten van grote mannen en duizend verschillende titels

Ik heb vanmorgen een aardig straatje gezien waarvan ik de naam vergeten ben
Nieuw en helder was het als de toeter van de zon
De directeuren de werklui de mooie stenotypistes
Komen er van maandagmorgen tot zaterdagavond vier keer per dag door
‘s Morgens huilt er driemaal de sirene
Een woedende klok blaft er tegen twaalven
De opschriften van de uithangborden en de muurvlakken
De naamborden de aankondigingen krijsen er als papegaaien
Ik houd van de bekoring van dat industriestraatje
Gelegen in Parijs tussen de rue Aumont-Thiéville en de avenue des Ternes

Daar is de jonge straat en je bent nog maar een klein kind
Je moeder kleedt je alleen in blauw en wit
Je bent erg vroom en met de oudste van je vriendjes René Dalize
Vind je niets zo mooi als de plechtigheden in de kerk
Het is negen uur de gaslamp is helemaal blauw neergedraaid je gaat stiekum de slaapzaal uit
Je bidt de hele nacht in de kapel van je school
Terwijl de eeuwige en aanbiddelijke violette diepte
De vonkelende glorie van Christus almaar ronddraait
Het is de schone lelie die we allen kweken
Het is de toorts met rosse haren die de wind niet uitdooft
Het is de bleke en roze zoon van de smartelijke moeder
Het is de boom altijd dicht in het blad van al de gebeden
Het is de dubbele galg
)1 van de eer en de eeuwigheid
Het is de ster met zes stralen
Het is God die vrijdags sterft en zondags weer opstaat
Het is Christus die ten hemel vaart beter dan de vliegeniers
Hij houdt het wereldhoogterecord

Christus de appel van het oog
Twintigste oogappel van de eeuwen die weet er weg mee
En in een vogel veranderd vaart deze eeuw als Jezus naar de hemel
De duivels in de afgrond heffen het hoofd op om ernaar te kijken
Ze zeggen dat hij Simon Magus en Judas nadoet
Ze roepen of hij gappen kan dat ze hem dief
)2 noemen
De engelen stunten om de fijne stunter
Icarus Henoch Elia Appolonius van Thyana
Planeren om de eerste aéroplane
Soms wijken ze uiteen om hen door te laten die de heilige Eucharistie aanvoert
Die priesters die eeuwig opstijgen terwijl ze de hostie opheffen
Het vliegtuig strijkt eindelijk neer zonder de vleugels dicht te vouwen
Dan loopt de hemel vol met miljoenen zwaluwen
Klapwiekend komen de raven de valken de uilen
Uit Afrika komen de ibissen flamingo’s maraboes
De vogel Roc gevierd door vertellers en dichters
Zweeft met in zijn klauwen de schedel van Adam het eerste hoofd
De adelaar stormt aan van de einder onder het slaken van een luide schreeuw
En uit Amerika komt de kleine colibri
Uit China zijn de lange lenige pihi’s gekomen
Die maar één vleugel hebben en in paren vliegen
En dan is daar de duif onbevlekte geest
Vergezeld van de liervogel
)3 en de pauw vol ogen
De phoenix die brandstapel die zichzelf voortplant
Een ogenblik alles in zijn gloeiende as verhult
De sirenen verlaten de gevaarlijke zeestraten
En komen als drie liefjes zingend
En allen adelaar phoenix en pihi’s uit China
Verbroederen zich met de vliegende machine

Vandaag loop je door Parijs de vrouwen zijn met bloed belopen
Het was en ik wou er niet aan denken het was de ondergang van de schoonheid

Omringd van laaiende vlammen heeft Notre-Dame mij aangekeken in Chartres
Het bloed van uw Sacré-Coeur heeft mij overstroomd op Mont-Martre
Ik ben er ziek van de welzalige woorden te horen
De liefde waaraan ik lijd is een smadelijke
)4 ziekte
En het beeld waarvan je bezeten bent doet je voortleven in de slapeloosheid en de angst
Het is altijd bij je dat beeld dat voorbijgaat

Nu ben je aan de oever van de Middellandse Zee
Onder de citroenbomen die het hele jaar bloeien
Met je vrienden maak je een boottochtje
De ene is uit Nice er is er een uit Menton en twee uit la Turbie
Wij kijken met afgrijzen maar de polypen in de diepte
En tussen de wieren zwemmen de vissen beeld van de Heiland

Je bent in de tuin
Je bent in de tuin van een herberg in de omgeving van Praag
Je voelt je erg gelukkig een roos staat op de tafel
En je staart in plaats van je verhaaltje in proza te schrijven
Naar de kever die slaapt in het hart van de roos

Stomverbaasd zie je jezelf getekend in de agaten van Sankt-Vith
Je was doodsbedroefd op de dag dat je je daar zag
Je lijkt op Lazarus radeloos in het daglicht
De wijzers van de klok in de Joodse wijk lopen achteruit
En jij wijkt ook terug in je leven langzaam aan
Terwijl je op het Hradchin klimt en ‘s avonds als je luistert
In de kroegen naar het zingen van Tsjechische liederen

Nu ben je in Marseille te midden van de watermeloenen

Nu ben je in Coblenz in ‘t hotel In de Reus

Nu ben je in Rome onder een mispelboom uit Japan

Nu ben je in Amsterdam met een jong meisje dat je mooi maar ze is lelijk
Ze gaat trouwen met een student uit Leiden
Men verhuurt er kamers in het Latijn cubicula locanda
Ik weet het nog ik ben er drie dagen geweest en ook in Gouda

Je bent in Parijs voor de rechter van instructie
Als een misdadiger wordje in hechtenis genomen

Je hebt smartelijke en vrolijke reizen gemaakt
Voordat je oog hebt gekregen voor de leugen en de leeftijd
Je hebt geleden aan de liefde toen je twintig en toen je dertig was
Ik heb geleefd als een gek en ik heb mijn tijd verdaan
Je durft niet meer naar je handen te kijken en elk ogenblik zou je willen snikken
Om jezelf om haar die ik liefheb om alles wat je verbijsterd heeft

Je kijkt met ogen vol tranen naar die arme emigranten
Ze geloven in God ze bidden de vrouwen geven de kinderen de borst
Ze vervullen met hun lucht de hal van het gare Saint-Lazare
Ze hebben vertrouwen in hun ster zoals de drie koningen
Ze hopen geld te verdienen in Argentinië
En terug te komen in hun land na fortuin te hebben gemaakt
Een gezin sleept een rood donzen dekbed mee zoals jij je hart meesleept
Dat donzen dekbed en onze dromen zijn even onwerkelijk
Sommigen van die emigranten blijven hier wonen
Rue des Rosiers of rue des Ëcouffes in krotten
Ik heb ze dikwijls gezien ‘s avonds ze scheppen een luchtje op straat
En ze verplaatsen zich zelden als schaakstukken
Het zijn vooral Joden hun vrouwen dragen een pruik
Bloedloos blijven ze zitten achter in de werkplaatsen

Je staat voor de toonbank in een ordinaire bar
Je neemt een koffie van twee stuivers met de ongelukkigen

Je bent ‘s nachts in een groot restaurant
Die vrouwen zijn niet slecht maar ze hebben toch zorgen
Allemaal zelfs de lelijkste heeft haar eigen minnaar doen lijden
Ze is de dochter van een politieagent op Jersey

Haar handen die ik niet gezien had zijn hard en gekloofd
Ik heb onpeilbaar medelijden met de hechtingen in haar buik

Ik verootmoedig nu mijn mond op een arme meid met een gruwelijke lach

Je bent alleen de morgen komt zo
De melkboeren laten hun bussen rammelen in de straten
De nacht trekt zich terug als een mooie mesties
‘t Is Ferdine de kat of Lea de schat

Je drinkt de brandende alcohol als je leven
Je leven dat je drinkt als een brandewijn

Je loopt naar Auteuil je wilt te voet naar huis gaan
Slapen te midden van je fetisjen uit Oceanië en Guinée
Ze zijn Christussen in een andere vorm en van een ander geloof
Het zijn de minderwaardige Christussen van vage verwachtingen

Vaarwel Vaarwel

Zon afgesneden keel

)1 Antoniuskruis
)2 voleur, vlieger en dief
)3 venerische, of door Venus veroorzaakte
)4 korhoen